De kerstboom

De “Kerst-Boom”

1. De “Pre-Stage” lampen.
De witte lampen laten de rijder zien dat ze in de buurt komen van de startlijn en “Staged”-positie.

2. De “Stage” lampen.
De 2e rij witte lampen vertellen de rijder wanneer deze zich op de startlijn bevindt. De lampen gaan aan wanneer de voorwielen de lichtstraal tussen lichtcellen blokkeren aan de zijkanten van de baan.
Deze lichtcellen starten tevens de tijdswaarnemings zodra de voorwielen weer uit de lichtstraal beweegt.

3. De 3 grote gele lampen.
Alle 3 de lampen lichten tegelijk op voordat de groene lamp aankomt. Dit wordt een ProStart-systeem genoemd.
Bij rijders die racen in een handicap-systeem, ofwel “Bracket-race”, gaan de gele lampen 1 voor 1 aan, voordat de groene lamp aan gaat.
Bij de “ProStart-boom” gaat de groene lamp aan, precies 0.400 seconde nadat de gele lampen branden.
Bij een “Bracket-boom” gaat de groene lamp branden, precies 0.500 seconde nadat de gele lampen ook 1 voor 1 een halve seconde na elkaar aan zijn gegaan.

4. De groene lamp.
Dit is de lamp welke het allemaal laat gebeuren. Zodra deze lamp brandt, is de rijder vrij om zijn run te starten. Telkens als de groene lamp brandt in de baan van de rijder, betekent dit dat de run eerlijk is gestart.

5. De rode lamp.
Zodra de voorwielen (of voorwiel) van een rijder de lichtstraal al verlaat voordat de groene lamp brandt, dan wordt automatisch de rode lamp aangezet om aan te geven dat de rijder een valse start heeft gemaakt en daarmee de run verloren heeft.
Tijdens Race-competitie zal er maar 1 rode lamp gaan branden, ook wanneer beide rijders een valse start gemaakt zouden hebben.
De rijder welke het eerste de valse start maakte is de verliezer.

Share